Kleinere klassen

Het gemiddelde aantal leerlingen per klas proberen we altijd, maar zeker in de eerste leerjaren laag te houden. Optimaal vinden we een klasgrootte tussen de 20 en 25 kinderen, en maximaal zitten er 28 kinderen in een klas. We hebben de ervaring dat elk kind dan gehoord en gezien wordt en dat er goed gewerkt kan worden. Tegelijk is er op sociaal gebied genoeg te beleven en kan elke leerling vrienden en vriendinnen maken.

In de onderbouw worden alle lessen gevolgd in klassenverband, uitgezonderd de @-vakken en de sprintlessen. Bij de sprintvakken zoals bijvoorbeeld Nederlands, wiskunde en Engels krijgen de sprinters apart les om zodoende echt op hun eigen niveau en in hun eigen tempo te kunnen leren.

In de bovenbouw zijn er ook nog lessen in klassenverband, zoals Godsdienst en lichamelijke opvoeding. Alle lessen in de keuzevakken worden gegeven aan clustergroepen, waarin alle leerlingen zitten die voor dit vak hebben gekozen.